terug

De verdere zoektocht naar het woord.
Willy Sanders

De verdere zoektocht naar het WOORD vordert tot Ridder Kadosh.
(XXIX - XXX)

Waarom zou een Meester Vrijmetselaar nog willen vorderen via de Schotse Ritus ? De auteur geeft hiervoor verschillende redenen. Bijvoorbeeld: er worden in de zgn. blauwe loges haast geen zittingen in de meestergraad ingericht. Daardoor is de jonge of zelfs rijpere Meester verplicht aan zelfinstructie en dito inwijding te doen. Vaak beletten allerlei beslommeringen dat dit ook nog gebeurt. Maar, mondt dit dan ook steeds uit in wat René Guénon de overgang van een virtuele naar de reële inwijding noemt?

Een tweede vraag waarmee het boek opent is, of het nog wel zinvol is na de XVIIIde graad verder te doen tot de XXXste? Ook daarop komen antwoorden. Zo ondermeer: naarmate men door de verschillende graden van de vrijmetselarij vordert, komt het profane steeds dieper onder de opperhuid te liggen. Ook inhoudelijk valt er trouwens nog wel wat te vertellen en te beleven.

Waar de zoektocht naar de filosofische wijsheden in de kapittelgraden zich voor een groot deel op het Oude Testament concentreert, is dat voor de areopagus uitgebreider. Dat is onder meer de verdienste van de A.°.B.°. Goblet d'Alviella, die de wildgroei van graden in loop van de 18de en de 19de eeuw niet enkel beperkte tot het gekende 33-gradenstelsel, maar ook inhoudelijk aandacht deed besteden aan andere filosofieën. Ook dit historisch aspect wordt voor iedere graad belicht. De auteur geeft telkens de oudste bronnen van de ritualen weer, wat in de areopagus om historische redenen niet steeds evident is. Vervolgens bespreekt hij de rituele instructies, legt hij vaak thematische verbanden tussen verschillende graden, om tenslotte een typerend bouwstuk van de graad toe te voegen. Dat alles werkt verhelderend!

In een derde deel geeft de auteur nog enkele persoonlijke bedenkingen. Dat gebeurt in de opstellen: In essentie, De essentie,Morele dimensie van de maçonnerie, Maçonnieke levensbeschouwing, Waar het op aankomt, Besluit, En waar blijft bij dit alles de broederlijkheid? en tenslotte in Fraternité et secret. Stof genoeg om bij stil te staan. Een bibliografie en een index sluiten het boek af.